EVEN buiten Almelo kan
Benno Punte zich een paar minuten lang wel voor de kop slaan. Even
daarvoor is de motor van de Tuk Tuk (spreek uit Toek Toek), een door
Punte uit Thailand geïmporteerde
driewieler, midden op de weg, aan de rand van een weiland,
plotseling afgeslagen.
Wat we ook proberen, de Tuk Tuk reageert
niet meer. “Had ik hem gisteren nog maar even uitgeprobeerd”,
verzucht Punte. Dan verzamelt hij al zijn moed en begint toch maar
aan de lange voettocht naar de dichtstbijzijnde boerderij. Even
Almelo bellen.
De Tuk Tuk is een gemotoriseerde
driewieler-taxi met een 350cc tweetakt-motor van Daihatsu. Na een
reeks van aanpassingen voldeed de driewieler in november aan de
strenge eisen van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. In Thailand
rijdt de Tuk Tuk wel 80 kilometer per uur en is hij de grootste
milieuvervuiler van het land. Hier werd de emissie van uitlaatgassen
tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht en de maximum snelheid
begrensd tot 40 kilometer per uur. De Tuk Tuk (15.000 gulden) heeft
drie versnellingen, een achteruit, geen deuren en voor het besturen
is een gewoon rijbewijs vereist.
De boer moet lachen. Hij had het al
gedacht. Zo'n vreemde wagen, dat kon alleen Benno zijn. Benno Punte,
de 'vuttende' fysiotherapeut (55) die in zaken was gegaan. Toen hij
zijn praktijk eenmaal gesloten had, kreeg Punte eindelijk tijd om te
reizen.
Hij was al jaren Foster Parents-vader van
een Thais gezin, maar dat land werd door de organisatie plotseling
niet zielig genoeg meer gevonden. Punte kon het niet over zijn hart
verkrijgen de familie in de steek te laten en ging sindsdien twee
keer per jaar naar Thailand om te blijven helpen.
Daar werd hij verliefd, verliefd op het
land en op de Tuk Tuk, de driewieler waarvan er alleen in Bangkok al
zo'n tienduizend rijden. Als taxi, als vrachtauto om frisdrank mee
te vervoeren of als wagentje voor de plantsoenendienst. Het karretje
is in Nederland vooral bekend uit de televisiereclame: als
vervoermiddel van de 'Sisi-rider' en van de ontspannen Jamaicaanse
weglijnentrekker uit het spotje van 'Even Apeldoorn bellen'.
Punte zag een gat in de Nederlandse markt.
Hotels kunnen er hun gasten mee vervoeren en de Chinees kan er zijn
loempia's mee bezorgen. Hij bedacht steeds meer toepassingen. Een
marktonderzoek vond Punte niet nodig: “Dat is ook veel te duur.”
“Aanvankelijk lachten die Thais zich gek”,
zegt Punte. “Hun Tuk Tuk naar Nederland, dat konden ze niet geloven.
Tot ik een echte bestelling plaatste.”
Hij laat een zelfgemaakte videofilm zien
van de Tuk Tuk in het land van herkomst. Punte lacht: “Wat een
rotzooitje, hè? Heel de Tuk is uit herverwerkt afval opgebouwd en
bijna alles wordt nog met de hand gemaakt.”
Punte wil binnenkort een student van de
Technische Universiteit naar Thailand sturen om het
produktieproces in efficiëntere banen te leiden. Dat kon ook weleens
nodig blijken, als zijn droom uitkomt: het importeren van duizenden
en nog eens duizenden Tuks naar Nederland. “Eigenlijk zijn de
toepassingen onbeperkt”, droomt hij voor zich uit. “Zeker als straks
de electro-Tuk, die nu nog wordt getest, op de markt komt. Ik denk
dan bijvoorbeeld aan karretjes voor de plantsoenendienst, of voor de
Pier in Scheveningen. Het is een perfect stadskarretje.”
Punte denkt met gemak te kunnen concurreren
met gevestigde bedrijven. Voor een electro-model denkt hij straks
30.000 gulden te kunnen vragen. De concurrentie, die het met
westerse vierwielers moet doen, is zeker 20.000 gulden duurder.
“De Tuk kan bijna niet stuk”, verzekert de
importeur. “En als er iets is, kan iedere fietsenmaker hem
repareren.” Nee, hijzelf niet. “Ik heb helemaal geen verstand van
techniek.” Dat hij bij verkoop maar een half jaar garantie geeft,
zegt ook niets over de kwaliteit. “In Thailand geldt dezelfde
garantietermijn. Onderdelen kosten bijna niets en ik heb al een
voorraadje klaar liggen.”
Met een tevreden blik legt Punte nog uit
dat iedereen die een driewieler bestelt, de Tuk geheel naar eigen
wens kan samenstellen. “Elke kleur, tot aan zuurstok-rose, is
leverbaar. En in het ijzeren hekje kan je de naam van je bedrijf
laten smeden.”
Tijd voor de proefrit. Laten we het er maar
op houden dat de Tuk Tuk nog niet helemaal gewend is aan de
Nederlandse winter. Na zes vruchteloze pogingen om de driewieler te
starten, brengt de importeur uitkomst. Hij pakt de auto bij het
linnen dak en begint wild te duwen en te trekken. Eindelijk loopt de
motor. Tip één voor het rijden met een Tuk Tuk: even schudden voor
gebruik.
Ook het besturen zelf vereist nogal wat
handigheid. Vooral het schakelen is moeilijk, aangezien het handgas
rechts aan het bromfietsstuur zit en de versnellingspook in het
midden, tussen je benen. Het schakelen gaat allesbehalve soepel,
geregeld schiet de Tuk uit zijn versnelling en zelfs na een kwartier
rijden moet de choke af en toe worden gebruikt. De topsnelheid van
40 kilometer per uur is dan nog niet gehaald.
Op de bok is het nog enigszins uit te
houden, aangezien je achter glas zit. Maar op het achterbankje is de
vrieskou niet te harden. Je zit weliswaar droog onder het afdakje,
maar pal in de wind. Verwarming heeft de Tuk Tuk natuurlijk niet,
alleen airconditioning.
Als we midden in de stad even zijn gestopt
om een foto te maken, is de Tuk ook met schudden niet meer aan de
praat te krijgen. Maar aanduwen helpt. Intussen is er vanonder de
motorkap (ook tussen de benen) al een paar keer een rammelend geluid
hoorbaar geweest. Heel erg verontrustend klinkt het niet, maar
ineens, even buiten Almelo in een weiland tussen de bossen, wordt
het stil. De Tuk houdt het nu echt voor gezien.
In de verte komt de witte bestelwagen van
garagebedrijf Gerard Wessels aan. Wessels is een echte Tukker, die
weinig zegt. De ironie straalt van zijn gezicht: “Zo Benno, doet-ie
het niet?” Met het achterste van een waterpomptang port hij wat in
het motorblok. Hij duwt en trekt, maar ergens blokkeert het.
Wessels vermoedt dat de oliepomp, die de
mengsmering in het blok moet brengen, het heeft begeven. Later
blijken er gewoon twee tandjes van de versnellingsbak te zijn
afgebroken. De Tuk Tuk moet worden weggesleept, langs Mariaparochie,
terug naar de showroom in Almelo. Pesterig geeft de garagehouder in
de bochten nog wat extra gas zodat de Tuk bijna uit de bocht vliegt.
Op de achterbank kijkt Benno Punte verdrietig voor zich uit.